Individuele Variabele Mutaties in Loket
Wanneer bepaalde loongegevens iedere maand wijzigen, spreken we van variabele gegevens. Uren, overwerk en kilometervergoeding zijn voorbeelden van variabele gegevens. Deze kunnen zowel collectief als individueel worden opgegeven. Dit artikel legt uit hoe je variabele mutaties op individueel niveau kunt vastleggen.
Hoe werkt het?
Variabele gegevens worden alleen bij de salarisverwerking voor de opgegeven periode meegenomen. Vaste loongegevens kunnen door middel van de bijbehorende componenten in de meeste gevallen ook via variabele componenten aanvullend of vervangend worden gemuteerd.
Een voorbeeld ter verduidelijking:
- Vervangen: In de vaste werknemergegevens staat een reiskostenvergoeding van € 100,00. Deze € 100,00 zal automatisch bij iedere loonverwerking worden meegenomen. Indien eenmalig € 150,00 reiskostenvergoeding moet worden betaald, wordt bij de variabele component reiskostenvergoeding € 150,00 opgegeven. Let op: de button vóór het bedrag moet op ‘=’ staan. Deze variabele waarde vervangt de vaste waarde.
- Aanvullend: Als aanvullend € 50,00 reiskostenvergoeding moet worden opgegeven, plaats je de button vóór het bedrag op ‘+’. Deze waarde vervangt niet de vaste waarde, maar telt de variabele waarde hierbij op.
- Niet uitbetalen: Indien de reiskosten één periode niet uitbetaald mag worden, bijvoorbeeld vanwege ziekte, kan de button vóór het bedrag op ‘0’ worden gezet. Hiermee wordt aangegeven dat de vaste waarde deze periode ook niet uitbetaald mag worden.
De gemuteerde variabele waarde wordt alleen voor de opgegeven periode meegenomen. De volgende periode wordt weer automatisch de vaste waarde van € 100,00 meegenomen in de berekening.
Proces voor individuele variabele mutaties:
- Navigeren naar variabele mutaties: Ga naar de optie Salarisverwerking > Variabele gegevens. In het scherm kan een bestaand record worden geselecteerd of een nieuwe worden toegevoegd.
- Periodeselectie: Selecteer de betreffende periode indien een nieuwe variabele strook moet worden toegevoegd.
- Sleutelgegevens invoeren: Voer de overige sleutelgegevens in, zoals verdelingseenheid, strook en ploeg.
- Exportset selecteren: Vervolgens kun je nog een exportset selecteren (zie Variabele mutaties: Exportset definiëren). De in deze exportset opgenomen looncomponenten zullen in het scherm verschijnen.
- Los component kiezen: Indien geen gebruik wordt gemaakt van een exportset, kan ook een los looncomponent worden geselecteerd. In het vrije veld kan een deel van de naam of categorie van een looncomponent worden ingevoerd. Hierna verschijnen de componenten die voldoen aan het ingevoerde gegeven.
Handig om te weten
Indien een variabele mutatie voor meerdere werknemers moet worden vastgelegd, kan dit wellicht eenvoudiger en sneller gemuteerd worden met behulp van de functie Browser variabele gegevens of Collectieve mutaties.