Vakantiegeld later uitbetalen: hoe zit het dan met de salarisadministratie?

Volgen

Introductie
Bij betalingsproblemen kan een werkgever ervoor kiezen om de vakantiebijslag op een later moment of in termijnen te betalen. Dit is alleen toegestaan met schriftelijke toestemming van de medewerker. Daarnaast is het cruciaal om de gewijzigde betalingsstructuur correct in de salarisadministratie te verwerken.

Hoe werkt het?

Inregelen salarisadministratie
Bij het uitstellen van de uitbetaling van vakantiegeld blijven de rechten op opgebouwde vakantiebijslag doorlopen. Bij het aanpassen van het uitbetalingsmoment of het verstrekken van een voorschot moet hier rekening mee worden gehouden.

  • Bepaal de opbouwperiode: In sommige CAO's (zoals Beroepsgoederenvervoer) loopt de opbouw van periode 1 t/m periode 12 (of 13) van het kalenderjaar. In dit geval kun je de uitbetalingsperiode zonder problemen aanpassen, zolang het binnen hetzelfde kalenderjaar blijft. Voer hiervoor een mutatie door in de betreffende grondslag, bijvoorbeeld door uitstel naar periode 8.
  • Voorschot uitbetalen: Je kunt een voorschot uitbetalen met looncomponent 431 VOORSC.VAK.TSL.
  • Opbouw en uitbetaling over kalenderjaren heen: In de meeste CAO's loopt de opbouw van vakantiegeld over kalenderjaren heen, bijvoorbeeld van periode 6 van vorig kalenderjaar tot en met periode 5 van het huidige kalenderjaar. Hier kun je niet zomaar de uitbetalingsperiode aanpassen. Zorg ervoor dat het vakantiegeld wordt berekend tot en met periode 5 en dat de uitbetaling plaatsvindt in een latere periode, zoals periode 8.
  • Voorschot verstrekken: Het voorschot moet uiterlijk geboekt worden in de periode van berekening (bijvoorbeeld periode 5). Bij een latere boeking wordt het voorschot afgetrokken van het vakantiegeld van het nieuwe jaar. Wil je het voorschot in meerdere keren betalen? Voer dan opnieuw een variabele mutatie door in periode 5, wat leidt tot een herrekening.

 

 

Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0